Voor meer info:

Bezoek de website van

Fonds voor Wetenschappelijk
Hersenonderzoek

 

Als onderzoeker is ze met haar team verbonden aan het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie). Een gesprek vol passie over de positie van de vrouw binnen de academische wereld, haar onderzoek naar alzheimerdementie, haar zware depressie en het overkoepelende belang van emoties.

Op de vraag hoe het mogelijk is om als vrouw carrière te maken binnen de harde academische wereld refereert Van Broeckhoven meteen naar de titel van haar boek ‘Brein en branie’.

“Een brein! Je moet over het nodige intellect beschikken om door te kunnen stoten naar de top. Maar branie is nog belangrijker. Want zelfs met een sterk brein is het vaak moeilijk om de top te halen. Het is minder erg dat je als vrouw tegen een glazen plafond opbokst, dan dat je als vrouw volledig afhaakt. Er zijn veel vrouwen die afhaken vanwege de mentaliteit, de competiviteit en de hardheid van het domein. En dat is binnen het domein van de biomedische wetenschappen extra van tel. Om dat te vermijden is branie dus uiterst belangrijk. Zelf heb ik ironisch genoeg geen last gehad van een glazen plafond. Omdat ik destijds simpelweg te naïef was. Ik zat als jonge vrouw in de slipstream van ‘mei 68’. Wij waren idealisten. Wij geloofden in de goedheid van de mens waardoor ik die onzichtbare restricties eigenlijk niet gemerkt heb. Maar achteraf zie ik het duidelijk. Natuurlijk ben ik gediscrimineerd geweest. Maar heb ik daar last van gehad? Nee, want ik was blind en naïef. Ik heb het pas later gemerkt. Ik was bijvoorbeeld pas 42 jaar toen ik prof werd. Maar goed, titels interesseren me totaal niet. Wetenschapper ben je niet van 9 tot 5. Wetenschapper ben je de ganse tijd. Op dat gebied is de wetenschapper nauw verwant aan de kunstenaar. Het is voor mij een levenswijze. Een filosofie. Een passie. ”

Als gedreven wetenschapper legt Van Broeckhoven haar focus uiterst bevlogen op haar onderzoek naar alzheimerdementie. Een ziekte die nog al te vaak onderschat wordt.

“Het is een afschuwelijke ziekte. Je sterft er immers twee keer aan: eerst verlies je je persoonlijkheid, daarna je leven. En doordat de ziekte geestelijk is – en dus niet louter lichamelijk - wordt het vaak niet onmiddellijk geloofd door de omgeving. Een aspect dat de patiënt op die manier gestaag nog meer naar het isolement drijft. Verder treft de ziekte niet één persoon maar een ganse gemeenschap. Zowel het gezin, familie en vrienden worden tragisch meegesleurd in het verhaal.”

In haar boek ‘Brein en branie’ heeft Van Broeckhoven het naast haar academische carrière en haar onderzoek naar alzheimerdementie ook over haar zware depressie begin jaren ’90. Een uiterst persoonlijke getuigenis. En dit vooral omdat ze geen onderscheid ziet tussen zichzelf als vrouw of als wetenschapper. Die twee zijn nauw met elkaar verweven.

“Tja, het toont aan dat ik emotie heb. Want zonder emotie kan er geen depressie zijn. Het hebben van een depressie betekent ook niet dat je plots bent afgeschreven voor de samenleving trouwens. Je kan er van recupereren en er sterker uitkomen. Als je met een majeure depressie kampt, moet je jezelf terug uitvinden. En vooral weer van jezelf leren houden. Ik denk trouwens zeker niet dat ik door mijn carrière een depressie gekregen heb. Allesbehalve! Het was een samenloop van omstandigheden. De wetenschapper is immers  geen eiland. Alles is nauw verstrengeld. Emotie en rede liggen dicht bij elkaar. Ook in de hersenen. Ze communiceren constant met elkaar. Emotie helpt je om dingen beter te onthouden. Zonder emotie kan je niet relativeren of zelfs maar genieten van het leven. Emotie is de saus van de logica. En zo helpt emotie, positief of negatief, me dus zeker ook vooruit op wetenschappelijk gebied. ”