Prof. dr. Ignace Vergote
Gynaecologisch oncoloog aan het UZ Leuven

Wat is de grootste uitdaging voor u als gynaecologisch oncoloog?

De symptomen treden vaak pas erg laat op, o.a. doordat de eierstokken van die vrouwen die het krijgen vaak geen functie meer vervullen. Ze produceren vaak dan wel nog hormonen, maar die productie wordt niet gehinderd door de aanwezigheid van kanker. De diagnose gebeurt vaak dus pas wanneer de kanker zich al verspreid heeft in de buikholte en daar vocht produceert of op andere organen zoals de darmen of de blaas begint te drukken. Die sterke uitzaaiing op meerdere plaatsen in de buikholte maakt ook chirurgische ingrepen bijzonder moeilijk.

Een andere uitdaging is dat eierstokkanker meer dan 50 soorten omvat die elk zeer verscheiden zijn van elkaar. Hierdoor vragen ze uiteraard ook ieder om een aparte aanpak en behandeling. Dat maakt het bijzonder moeilijk om gerichte therapieën te ontwikkelen en de kanker werkelijk te stoppen.

Hoe kunnen deze uitdagingen worden overwonnen?

We hopen dat we binnen tien à vijftien jaar eierstokkanker zullen kunnen opsporen via bloedtesten. Ook wordt er werk gemaakt van meer gerichte medicamenteuze therapieën die zich toespitsen op specifieke subgroepen. Voor bepaalde vormen van genetische eierstokkanker zijn er reeds erg goede resultaten geboekt.

We hopen uiteraard dat we in de toekomst nog meer varianten op die manier kunnen ondervangen. Door de medische vooruitgang kunnen we onze patiënten alvast langer in leven houden. Daar waar patiënten met vergevorderde eierstokkanker in het verleden nog slechts vier à vijf maanden te leven hadden, is de gemiddelde overleving verlengd naar vier à zeven jaar.

Wat kan er nog verbeteren?

Helaas is de behandeling van eierstokkanker nog niet voldoende gecentraliseerd in België. Er zijn in België slechts zo’n 800 nieuwe diagnoses per jaar, maar toch boden in 2012 maar liefst 113 ziekenhuizen hiervoor behandelingen aan. Dat maakt dat 79 daarvan minder dan vijf nieuwe patiënten per jaar behandelen. Hierdoor ontbreekt het veel gynaecologen en chirurgen aan voldoende ervaring om de gecompliceerde ingrepen op eierstokkanker uit te voeren.

We hopen dus dat Minister De Block haar beleidsplan uitvoert en ervoor zorgt dat er referentiecentra komen die zich specifiek specialiseren rond deze moeilijke chirurgie en beschikken over een of meerdere ervaren gynaecologische oncologen. Op die manier zullen de overlevingscijfers alvast kunnen worden verbeterd. Een centrum zou minstens 20 patiënten per jaar moeten kunnen behandelen om tot dat resultaat te komen.

Bovendien zouden er dan strenge kwaliteitscriteria moeten worden opgelegd die bepalen welke behandelingen beter door de gespecialiseerde centra worden uitgevoerd. Net omdat eierstokkanker zo weinig voorkomt en zeer complex is, zou de kennis dus moeten worden gecentraliseerd.